|
Het is nu anderhalve week geleden sinds we onze bivak hebben opgeslagen aan een beekje waarvan ik nog steeds de naam niet ken. Het stukje land dat we in pacht hebben is ruim bemeten en biedt voldoende schaduw. Niet geheel onbelangrijk met temperaturen die hier oplopen tot 37 graden. Er is niet bar veel te doen in de directe omgeving en gezien de temperatuur en een niet functionerende airco in de auto is dat maar goed ook. Nienke beleeft weinig lol aan lange warme dagtochten. Haar vader nog minder. Toch hebben we het er een keer op gewaagd. Een lange tocht door de bergen langs de Gorges de l'Ardèche. Een adembenemend uitzicht. Het dorpje aan het einde van de route bleek een lastig te nemen hindernis. Na al die kilometers lieten mijn stuurmanskunsten mij in de steek. Een bocht naar rechts werd verkeerd geinterpreteerd en de Ford ging niet meer voor of achteruit. De achterkant was ergens op blijven steken, de neus stond tegen een hekwerk. Achter het hekwerk een diepte van een paar meter gevolgd door een druk bezocht strand. Onder het toeziend oog van honderden dagjes mensen en vier dikke maar bereidwillige Franzosen werd er een poging gedaan om de Ford weer op de rails te krijgen. Muurvast. Ik was al op zoek naar de telefoon om de ANWB te bellen, maar een van de dikbuikige Franzosen had een idee. Doordat zij geen engels spraken en mijn frans niet verder gaat dan "Deux bière s'il vous plaît!", duurde het even totdat ik hem begreep. Na de kofferbak ontruimt te hebben trok ik het ielige krikje onder het reservewiel vandaan. Een hoop frans gegniffel, gevolgd door een frans zinnetje dat ik wel direct begreep. "C'est n'est pas une cric français". Je moest het ze na geven, humor hadden ze wel. Er werden een paar keien onder het achterwiel gelegd en na een paar onbegrijpelijke franse instructies ondernamen we nog een poging. De Fransen gooiden hun gewicht in de strijd en ik gaf de koppeling nog eens op z'n donder. Met succes! De Ford stond weer met vier wielen op het asfalt. De schade bleek beperkt. Na een hoop "Merci beaucoup's" te hebben rondgedeeld vroeg ik met af waar Annemiek en Nienke waren gebleven. Ergens tijdens dit hachelijke avontuur in de hitte hadden zij allang de aftocht geblazen. Niet onverstandig, want wie mij een beetje kent weet dat ik er niet vrolijker op word in dit soort situaties. Turend over het strand zag ik ze aan komen lopen. Ze waren opgevangen door een paar gastvrije Belgen in hun camper. Nienke had wat te drinken gekregen en vermaakte zich prima in het huis op wielen. Ik was al lang blij dat ze er niet onder had geleden, maar vroeg me wel af hoe die Belg het wel gelukt was om die bocht naar rechts te maken. Met een camper notabene... Met een deuk in mijn ego reden we terug naar de camping. "Dit soort dagtochtjes is niets voor Nienke, veel te warm" hoor ik mezelf liegen. "Niks waard, morgen blijven we bij het zwembad!" Ik hoor Nienke lachen vanaf de achterbank... |